ECLI:NL:RVS:2005:AT7449
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen wijziging huursubsidie na verhuizing
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Staatssecretaris om de huursubsidie over juni 2001 toe te kennen zonder subsidie voor mei 2001, naar aanleiding van haar verhuizing. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend, na afloop van de wettelijke termijn van zes weken.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij het bezwaar tijdig per aangetekende post had verzonden, maar kon dit niet aantonen met bewijsstukken. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bezwaar pas op 3 januari 2002 door de Staatssecretaris was ontvangen, wat buiten de termijn viel.
Ook de vermelding in het besluit dat bezwaar tot 28 december 2001 mogelijk was, leidde niet tot een ander oordeel. De Afdeling bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 15 juni 2005.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar bevestigd.