ECLI:NL:RVS:2005:AT7433
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- L.F. Egmond
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen vergunning voor exploiteren coffeeshop in Hoorn
De burgemeester van Hoorn verleende op 25 november 2002 een tijdelijke vergunning voor de exploitatie van een coffeeshop aan een vergunninghoudster, met een proefperiode van zes maanden. Na afloop van de proefperiode verleende de burgemeester op 9 juli 2003 een vergunning zonder tijdsbepaling. Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van 9 mei 2003 om de tijdelijke vergunning te handhaven, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit niet-ontvankelijk omdat zij geen belang had bij een inhoudelijke beoordeling.
Appellante stelde dat zij wel belang had omdat de tijdelijke vergunning ten grondslag lag aan de vergunning zonder tijdsbepaling. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat tijdens de proefperiode wel bezwaren waren gebleken, zodat de tijdelijke vergunning niet van rechtswege was overgegaan in een vergunning zonder tijdsbepaling. De vergunning zonder tijdsbepaling was een nieuw besluit dat in rechte onaantastbaar was geworden.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.