ECLI:NL:RVS:2005:AT7428
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- E.M.H. Hirsch Ballin
- S.I.M. Peute
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking erkenning en keuringsbevoegdheid door RDW na bezwaar en beroep
De Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer (RDW) heeft op 2 april 2001 de erkenning van Garage en autoverhuurbedrijf Davos B.V. voor het uitvoeren van periodieke keuringen en de keuringsbevoegdheid van appellant A ingetrokken. Tegen deze besluiten zijn bezwaren en beroepen ingesteld, die door de rechtbank Rotterdam en de voorzieningenrechter grotendeels ongegrond en niet-ontvankelijk zijn verklaard.
Davos voerde aan dat een storing in het datatransmissiesysteem van de RDW op 8 maart 2001 ervoor zorgde dat een steekproefmelding niet op het beeldscherm verscheen, wat de intrekking onterecht zou maken. De Raad van State oordeelde dat deze stelling onvoldoende aannemelijk was, mede gelet op de verklaring van een getuige en het storingsregistratierapport van het RAI Data Centrum.
Appellant A stelde dat de RDW ten onrechte zijn bezwaar tegen bepaalde faxberichten niet-ontvankelijk had verklaard, maar de Raad van State bevestigde dat deze faxberichten geen besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waren en dat het besluit van 1 mei 2002 onherroepelijk was geworden.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de erkenning en keuringsbevoegdheid wordt bevestigd.