Uitspraak
200409136/1is de Afdeling tot het oordeel gekomen dat de erkenning van appellant als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wwm mocht worden ingetrokken omdat appellant misbruik had gemaakt van wapens of munitie. Op grond van ditzelfde misbruik mocht de CDIU het op 18 maart 2003 verleende consent intrekken. De omstandigheid dat de wapens waarop het consent zag, werden opgeslagen onder douane-verband teneinde nadien naar de Verenigde Staten van Noord-Amerika te worden doorgevoerd, doet hieraan niet af. Artikel 9 van Pro de Wwm houdt een algeheel verbod in op het verhandelen van wapens in de uitoefening van een in Nederland gevestigd bedrijf, wanneer niet over een erkenning wordt beschikt. Het verleende consent had derhalve betrekking op handelingen die als zijnde het verhandelen van wapens onder het bereik van het verbod en het erkenningsvereiste van artikel 9 van Pro de Wwm vielen, zodat het misbruik dat appellant in het kader van de intrekking van zijn erkenning is tegengeworpen hem ook in het kader van de intrekking van het consent mocht worden tegengeworpen.