ECLI:NL:RVS:2005:AT7398
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.A.M. van Angeren
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken gronden tegen weigering drank- en horecavergunning
Het dagelijks bestuur van de deelgemeente Hoek van Holland had bij besluit van 5 april 2004 bepaald dat voor het horecabedrijf aan een locatie te een plaats gedurende vijf jaren na onherroepelijkheid van de intrekking van de vergunning een nieuwe vergunning op grond van de Drank- en Horecawet zou worden geweigerd. Tegen dit besluit maakte een wederpartij bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de weigering van de vergunning gedurende vijf jaren betrof.
Het dagelijks bestuur stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. Dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet de vereiste gronden bevatte. Ondanks een termijn om dit te herstellen, heeft het bestuur geen nadere motivering ingediend. Tevens was het bestuur niet verschenen op de zitting, wat mede aanleiding was voor aanhouding en uiteindelijk niet-ontvankelijkheid.
De Raad van State veroordeelde het dagelijks bestuur tot vergoeding van de proceskosten van de wederpartij. De uitspraak bevestigt het belang van een deugdelijke motivering in bestuursrechtelijke beroepsprocedures en de gevolgen van het niet naleven van procedurele verplichtingen.
Uitkomst: Het hoger beroep van het dagelijks bestuur werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en motivering.