ECLI:NL:RVS:2005:AT6982
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanwijzing schoorsteen als beschermd monument
Appellante verzocht de staatssecretaris om de schoorsteen van een fabriekscomplex aan te wijzen als beschermd monument. Dit verzoek werd op 7 oktober 2002 afgewezen, waarna ook het bezwaar en het beroep bij de rechtbank Roermond ongegrond werden verklaard. Appellante stelde in hoger beroep dat zij ten onrechte niet was gehoord door de Commissie voor de Ruimtelijke Kwaliteitszorg en dat de staatssecretaris onjuist het beleid inzake monumenten had toegepast.
De Raad overwoog dat de Commissie RKZ geen hoorplicht had in deze zaak omdat het besluit niet door het college maar door de staatssecretaris werd genomen. Verder was appellante wel gehoord in de bezwaarprocedure. Hoewel appellante niet voorafgaand aan het advies van de gemeenteraad door het college was gehoord, was zij niet benadeeld omdat zij voldoende gelegenheid had gehad om haar standpunten kenbaar te maken.
De Raad stelde vast dat het verzoek tot aanwijzing beoordeeld moest worden op basis van de Monumentenwet en de Beleidsregels. De staatssecretaris had terecht geoordeeld dat de schoorsteen onvoldoende monumentale waarde had, mede vanwege de gedeeltelijke renovatie na een aardbeving en de beperkte authenticiteit. Negatieve adviezen van de gemeenteraad, het college van gedeputeerde staten en de Raad voor Cultuur ondersteunden dit standpunt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situatie van de schoorsteen verschilde van andere aangewezen monumenten.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot aanwijzing van de schoorsteen als beschermd monument wordt bevestigd.