ECLI:NL:RVS:2005:AT6979
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W. van den Brink
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van uitspraak inzake weigering vrijstelling op grond van artikel 19 WRO
Appellante had op 12 november 2001 een aanvraag ingediend voor het verlenen van vrijstelling op grond van artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). Na het uitblijven van een tijdige beslissing op haar bezwaarschrift, stelde zij beroep in bij de rechtbank Roermond. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en bepaalde dat het college binnen acht weken een reëel besluit moest nemen.
Het college verklaarde het bezwaarschrift gegrond, maar stelde dat de aanvraag verder in behandeling zou worden genomen na een voorbereidingsbesluit van de gemeenteraad. Later weigerde het college de vrijstelling, waarna diverse procedures volgden, waaronder niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift en meerdere uitspraken van de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het onderhavige hoger beroep betoogde appellante onder meer dat het college eerst artikel 19a, tweede lid, WRO had moeten toepassen. Dit betoog werd niet in beroep naar voren gebracht en werd daarom niet behandeld. De Afdeling oordeelde dat het besluit van 7 januari 2003 terecht als een beslissing op bezwaar is aangemerkt en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee de eerdere uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.