ECLI:NL:RVS:2005:AT6967
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Th.G. Drupsteen
- M.M. van Driel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunning bedrijfsafvalwaterlozing in de Eems
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen een vergunning die door de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat is verleend voor het lozen van bedrijfsafvalwater in de Eems. Zij betwisten met name de verplichting tot separate meet- en bemonstering van het afvalwater, omdat zij vinden dat deze onnodig en kostbaar is en dat de huidige gezamenlijke lozingssituatie via de wastepit van een ander bedrijf gehandhaafd moet blijven.
De Voorzitter overweegt dat het verbinden van meet- en bemonsteringsvoorschriften aan de vergunning gerechtvaardigd is ter bescherming van het oppervlaktewater. Uit de stukken blijkt dat de gezamenlijke lozing via de wastepit van Dynea B.V. plaatsvindt, waarbij slechts 80% van de verontreinigende stoffen aan een van beide bedrijven kan worden toegerekend. De Voorzitter ziet daarom geen reden om de meet- en bemonsteringsverplichting te schrappen, ook niet vanwege de kosten die verzoekers mogelijk moeten maken.
Verder is het saneringsonderzoek dat in het besluit is voorgeschreven volgens de Voorzitter adequaat geregeld. Nadere regels zijn niet noodzakelijk omdat het plan voor het onderzoek afzonderlijk kan worden goedgekeurd en daarop bezwaar kan worden gemaakt.
Gezien deze overwegingen wijst de Voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vergunning voor lozing van bedrijfsafvalwater in de Eems wordt afgewezen.