Uitspraak
200400765/1, heeft de Afdeling het daartegen ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Raad van State
De gemeenteraad van Heusden stelde op 11 november 2003 het bestemmingsplan 'Haarsteeg' vast, waarbij een gedeelte van het perceel van appellant werd bestemd voor woondoeleinden en niet als agrarisch bedrijf. Appellant stelde beroep in tegen de goedkeuring van dit plan door het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant, met name tegen de bestemming van zijn perceel en de ligging van de noordelijke plangrens, omdat deze zijn bedrijfsactiviteiten en toekomstige uitbreidingsmogelijkheden zouden belemmeren.
De Raad van State overwoog dat de gemeenteraad bij het vaststellen van de plangrens een ruime beleidsvrijheid toekomt, mits dit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening of het recht. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de gronden ten noorden van de plangrens niet tot het buitengebied behoren of dat er sprake is van ruimtelijke samenhang met het plangebied. Ook was het aantal paarden op het perceel onvoldoende om te spreken van een agrarisch bedrijf dat als zodanig bestemd moest worden.
De Raad concludeerde dat het college van gedeputeerde staten zijn beoordelingsmarge niet had overschreden en het besluit rechtmatig was genomen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan Haarsteeg wordt ongegrond verklaard.