Uitspraak
200203941/1, is slechts het belang van de aanvrager van een vergunning rechtstreeks betrokken bij weigering van het gevraagde. Nu appellanten niet de aanvragers zijn van de kapvergunning, zijn zij niet als belanghebbenden als bedoeld in artikel 1:2 van Pro de Awb aan te merken bij het (alsnog) weigeren van de kapvergunning. De rechtbank is terecht tot de slotsom gekomen dat appellanten in hun hoedanigheid van (mogelijk) toekomstig eigenaar van het perceel geen belanghebbenden zijn bij dat besluit. Met juistheid heeft de rechtbank daarbij overwogen dat de omstandigheid dat het weigeren van de kapvergunning wellicht gevolgen heeft in de privaatrechtelijke relatie tussen de gemeente en appellanten dit niet anders maakt. De rechtbank heeft het beroep van appellanten dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard. Aan de gronden van appellanten gericht tegen de aan de weigering van de kapvergunning ten grondslag gelegde motivering komt de Afdeling niet toe.