ECLI:NL:RVS:2005:AT6584
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- Ch.W. Mouton
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Weigering jachtakte wegens vrees voor misbruik van wapens en stalking
Appellant verzocht om een jachtakte voor het seizoen 2003-2004, welke door de korpschef van de politieregio Brabant-Noord werd geweigerd. De minister van Justitie vernietigde het besluit van de korpschef maar weigerde alsnog de jachtakte te verlenen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat op grond van artikel 39 van Pro de Flora- en faunawet een jachtakte geweigerd kan worden indien vrees bestaat voor misbruik van de bevoegdheid tot jagen of het bezit van wapens en munitie. De minister baseerde zijn besluit op verklaringen van een jager die appellant van bedreiging beschuldigde, ondersteund door een getuige, en op gedragingen die strookten met stalking. Deze feiten gaven voldoende aanleiding om te vrezen voor misbruik.
Appellant ontkende de bedreigingen en stalking, en stelde dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar de juistheid van de beschuldigingen. De Raad van State stelde dat de minister terecht vertrouwen mocht stellen in de verklaringen en dat het niet noodzakelijk was dat appellant strafrechtelijk was veroordeeld. Gezien de uitzonderingspositie van een jachtaktehouder en de ernst van de spanningen tussen appellant en de andere jager, was de weigering van de jachtakte gerechtvaardigd.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de jachtakte bevestigd.