ECLI:NL:RVS:2005:AT6556
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- F.B. van der Maesen de Sombreff
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bestuursdwang inzameling huishoudelijk afval wegens onvoldoende motivering en onterechte kostenoplegging
Op 4 februari 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden bestuursdwang toegepast tegen appellante vanwege het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op onjuiste dagen en tijden, in strijd met de Afvalstoffenverordening 1999. De bestuursdwang bestond uit het opruimen van de afvalstoffen en het opleggen van kosten van € 97.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door verweerder kennelijk ongegrond werd verklaard zonder haar te horen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat dit in strijd is met het hoor- en wederhoorbeginsel, omdat uit het bezwaarschrift niet direct bleek dat het bezwaar ongegrond was. Bovendien was de motivering van het besluit onvoldoende, mede door tegenstrijdige informatie over het aantal aangetroffen vuilniszakken en de adressering daarvan.
De Afdeling stelt vast dat verweerder appellante ten onrechte als overtreder heeft aangemerkt en dat de kosten niet terecht aan haar zijn opgelegd. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Tevens wordt bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit en wordt appellante het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot bestuursdwang en kostenoplegging wordt vernietigd en het primaire besluit herroepen.