ECLI:NL:RVS:2005:AT6543

Raad van State

Datum uitspraak
24 mei 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200502763/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • K. Brink
  • W. van Hardeveld
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening 259/93 EGArt. 8:81 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening inzake uitvoer van afvalstoffen naar Duitsland afgewezen

De besloten vennootschap Katwijk Chemie B.V. heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van 23 maart 2005 waarin de uitvoer van afvalstoffen naar Duitsland werd geweigerd op grond van Verordening 259/93 EG. Verzoekster heeft vervolgens bij de Raad van State een voorlopige voorziening gevraagd om de uitvoer alsnog toe te staan.

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft het verzoek behandeld op 28 april 2005, waarbij partijen niet zijn verschenen. Uit de stukken bleek dat op 27 april 2005 het bezwaar van verzoekster door verweerder is gehonoreerd en alsnog toestemming is verleend voor de uitvoer van de afvalstoffen.

Omdat de bezwaarprocedure daarmee is afgerond en verzoekster geen beroep tegen deze beslissing heeft ingesteld, is het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard omdat de bezwaarprocedure is afgerond en toestemming is verleend.

Uitspraak

200502763/1.
Datum uitspraak: 24 mei 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Katwijk Chemie B.V.", gevestigd te Katwijk,
verzoekster,
en
de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
verweerder.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 23 maart 2005 heeft verweerder krachtens de Verordening 259/93 EG van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap, bezwaar gemaakt tegen het voornemen om de afvalstoffen zoals omschreven in het kennisgevingsformulier met kenmerk NL 110169, uit te voeren naar Duitsland.
Tegen dit besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt.
Bij brief van 30 maart 2005, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag per telefax, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 28 april 2005, waar partijen niet zijn verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    Uit de stukken is gebleken dat verweerder bij besluit van 27 april 2005 heeft beslist op het door verzoekster gemaakte bezwaar tegen het besluit van 23 maart 2005 en dat verweerder alsnog toestemming heeft verleend voor de uitvoer van voormelde afvalstoffen naar Duitsland. Voorts is niet gebleken dat verzoekster beroep in wil stellen tegen de beslissing op bezwaar. Dit betekent dat de mogelijkheid om een voorlopige voorziening te treffen hangende bezwaar niet langer aanwezig is.
2.2.    Het verzoek is niet-ontvankelijk.
2.3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van Staat.
w.g. Brink    w.g. Van Hardeveld
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2005
312.