ECLI:NL:RVS:2005:AT5673
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.E.M. Polak
- S.I.M. Peute
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit verwijderen ponton in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft appellant bevolen een ponton binnen zes weken uit de Amsterdamse wateren te verwijderen, omdat deze zonder vereiste ontheffing als stationerend vaartuig lag afgemeerd. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen het handhavingsbesluit, maar zowel de voorzieningenrechter als de Raad van State verklaarden deze beroepen ongegrond.
De Raad van State oordeelde dat het ponton terecht als stationerend vaartuig werd gekwalificeerd en dat appellant geen rechten kon ontlenen aan het uitsterfbeleid van de Nota Amsterdam te water 1995, aangezien het ponton niet onafgebroken op de locatie lag en pas recent werd waargenomen. Het college kon daarom handhavend optreden.
Verder stelde appellant dat de ponton noodzakelijk was voor het afmeren van zijn woonboot vanwege ondiepte en deining, maar het college toonde aan dat veilig direct aan de wal afmeren mogelijk was na verwijdering van grofvuil. De Raad van State vond geen concrete aanwijzingen voor legalisatie of bijzondere omstandigheden die handhaving zouden verbieden.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep en verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen en het handhavingsbesluit bevestigd.