ECLI:NL:RVS:2005:AT5652
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking erkenning en keuringsbevoegdheid voor periodieke voertuigkeuringen
Bij besluiten van 14 april 2004 heeft de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer de erkenning van appellante sub 1 ingetrokken en de keuringsbevoegdheid van appellant sub 2 tijdelijk voor zes maanden geschorst voor het uitvoeren van periodieke keuringen van motorrijtuigen tot 3500 kg.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Breda verklaarde de beroepen van appellanten tegen deze besluiten ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Raad behandelde de zaak op 15 maart 2005.
De Raad oordeelde dat de intrekking van de erkenning en keuringsbevoegdheid terecht was. De voorzieningenrechter had vastgesteld dat een steekproefcontroleur was geïntimideerd en bedreigd door de directeur van appellante sub 1 en dat appellant sub 2 door verbale obstructie de steekproefcontrole had belemmerd. De Raad verwierp het verweer dat de intrekking gebaseerd was op onjuiste feiten zoals roestvorming of het sleutelen aan het voertuig.
Ook het aangevoerde belang van appellanten bij het behoud van hun erkenning en keuringsbevoegdheid werd niet als zwaarwegend genoeg gezien om af te wijken van het toezichtbeleid van de Dienst Wegverkeer. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de voorzieningenrechter en wees de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de erkenning en keuringsbevoegdheid van appellanten.