ECLI:NL:RVS:2005:AT5647
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen gedeeltelijke weigering revisievergunning voor agrarisch bedrijf wegens stankhinder
Bij besluit van 5 oktober 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nuenen, Gerwen en Nederwetten krachtens de Wet milieubeheer een revisievergunning gedeeltelijk verleend en gedeeltelijk geweigerd voor een agrarisch bedrijf. De vergunning werd geweigerd voor het houden van 100 vleesvarkens. Appellant stelde dat de bestaande rechten onjuist waren vastgesteld.
De Raad van State overwoog dat de vergunning slechts in het belang van milieubescherming kan worden geweigerd indien nadelige gevolgen niet kunnen worden voorkomen of voldoende beperkt. Verweerder gebruikte de Richtlijn veehouderij en stankhinder 1996 en de brochure Veehouderij en Hinderwet voor de beoordeling.
Vastgesteld werd dat de afstand tot de dichtstbijzijnde woning niet voldeed aan de richtlijn, waardoor de vergunning op bestaande rechten was gebaseerd. Een stal voor 285 vleesvarkens was niet binnen drie jaar na onherroepelijkheid voltooid, waardoor de vergunning voor dat deel verviel. Hierdoor kon appellant rechten ontlenen voor 810 mestvarkeneenheden, terwijl de aanvraag 910 eenheden betrof.
Omdat verlening zou leiden tot een toename van mestvarkeneenheden in een reeds overbelaste situatie, was de weigering terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedeeltelijke weigering van de revisievergunning voor 100 vleesvarkens is ongegrond verklaard.