ECLI:NL:RVS:2005:AT5646
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- H. Borstlap
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing intrekking vergunning ammoniakterminal
Appellant verzocht het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland om op grond van artikel 8.25 van de Wet milieubeheer de vergunning voor een ammoniakterminal gedeeltelijk in te trekken vanwege het staken van activiteiten en het voorkomen van veiligheidsrisico's.
Het college wees het verzoek af met de motivering dat het niet bevoegd was tot intrekking omdat gedurende drie jaar geen gebruik was gemaakt van het vergunningdeel. Appellant stelde dat het college wel bevoegd was en dat een belangenafweging had moeten plaatsvinden.
De Raad van State oordeelde dat het college de bevoegdheid tot intrekking onjuist had beoordeeld en onvoldoende kennis had vergaard van de relevante feiten en belangen. Het besluit was onvoldoende gemotiveerd en in strijd met de Algemene wet bestuursrecht.
Daarom werd het besluit vernietigd en werd het griffierecht aan appellant vergoed. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het verzoek tot intrekking van de vergunning wordt vernietigd.