ECLI:NL:RVS:2005:AT5358
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake milieuvergunning pluimveehouderij zonder milieu-effectrapport
Verzoeker had een vergunning aangevraagd voor het oprichten en in werking hebben van een pluimveehouderij met 43.200 dierplaatsen voor leghennen. Verweerder liet de aanvraag buiten behandeling omdat een milieu-effectrapport ontbrak, aangezien de capaciteit mogelijk binnen afzienbare tijd zou worden uitgebreid tot 100.000 plaatsen, wat de drempelwaarde van 60.000 overschrijdt.
Verzoeker betoogde dat alleen het aangevraagde aantal dieren relevant is en dat een uitbreiding niet redelijkerwijs voorzienbaar is. Verweerder baseerde zijn standpunt op een onderzoeksrapport waaruit bleek dat de aangevraagde bezettingsdichtheid economisch ongunstig is, maar uitbreiding technisch eenvoudig mogelijk is.
De Voorzitter oordeelde dat de vraag of een uitbreiding redelijkerwijs voorzienbaar is niet in deze voorlopige voorziening kan worden beantwoord en dat dit in de bodemprocedure zal worden beslist. Gezien de grote discrepantie tussen aangevraagde en mogelijke capaciteit en de aard van de stallen, kon niet worden uitgesloten dat een uitbreiding binnen afzienbare tijd plaatsvindt.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, met het advies de bodemprocedure spoedig te behandelen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het buiten behandeling laten van de milieuvergunningaanvraag wordt afgewezen.