ECLI:NL:RVS:2005:AT5145
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- P.A. Offers
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verzoek inzage dossiers overleden persoon op grond van WIV
Appellante verzocht de Minister van Binnenlandse Zaken om inzage in dossiers over wijlen W. Sandberg voor wetenschappelijk onderzoek. De Minister verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk op grond van artikel 50, derde lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WIV), omdat appellante geen echtgenoot, geregistreerd partner, kind of ouder van Sandberg is.
Na bezwaar verstrekte de Minister een inzagedossier van 58 pagina's met niet-persoonsgebonden gegevens, maar handhaafde het standpunt dat het verzoek voor de rest niet-ontvankelijk was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde dat volledige inzage noodzakelijk was voor wetenschappelijk onderzoek.
De Raad van State oordeelde dat de wet geen grond biedt voor inzage in persoonsgegevens van derden die niet tot de genoemde familiekring behoren, en dat de AIVD geen andere gegevens dan persoonsgegevens over de betreffende periode bezit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.