ECLI:NL:RVS:2005:AT5133
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Kosto
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning zeezandwinning wegens onjuiste procedure Ontgrondingenwet
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat verleende op 21 april 2004 een vergunning voor het winnen van 2 miljoen m³ zeezand in verschillende vakken van de Noordzee. Stichting de Noordzee stelde beroep in tegen dit besluit omdat volgens haar de verkorte procedure voor ontgrondingen van eenvoudige aard onterecht was toegepast. De Raad van State oordeelde dat de ontgronding een oppervlakte van ongeveer 100 hectare beslaat, waarmee de drempel uit het Besluit-m.e.r. wordt overschreden. Hierdoor is geen sprake van een ontgronding van eenvoudige aard en had de uitgebreide procedure gevolgd moeten worden.
Verder stelde de Raad van State vast dat het MER dat in het kader van het Regionaal Ontgrondingenplan Noordzee (RON) was opgesteld, niet kan worden aangemerkt als een locatiespecifiek MER voor de vergunningverlening. Het RON/MER betreft een zoekgebied en niet een winplaats in de zin van het Besluit-m.e.r., waardoor de vergunningverlening zelf een MER-verplichting kent. De vergunning is daarom in strijd met de Ontgrondingenwet en het Rijksreglement ontgrondingen verleend.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De vergunning voor het winnen van zeezand wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van de verkorte procedure en het ontbreken van een verplicht MER.