ECLI:NL:RVS:2005:AT5129
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W.D.M. van Diepenbeek
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering inzage in rechtshulpverzoeken op grond van Wet bescherming persoonsgegevens
Appellant verzocht de Minister van Justitie om inzage in alle inkomende en uitgaande rechtshulpverzoeken in zijn strafzaak, met name die naar Duitsland, Turkije en Spanje, alsmede het register en correspondentie daaromtrent. De minister wees dit verzoek deels af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De voorzieningenrechter vernietigde het besluit op bezwaar voor zover het betrekking had op stukken onder de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand voor zover het ging om het buiten toepassing laten van artikel 35 Wbp Pro vanwege het belang van opsporing en vervolging.
In hoger beroep betoogde appellant dat dit belang niet meer bestond omdat de strafzaken onherroepelijk waren afgesloten. De Raad van State oordeelde dat het belang van opsporing en vervolging zich nog steeds verzette tegen inzage, gelet op de vertrouwelijke stukken en de aard van de gegevens. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 4 mei 2005.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot inzage bevestigd vanwege het belang van opsporing en vervolging.