ECLI:NL:RVS:2005:AT5123
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- J. Willems
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit over tijdelijke steiger wegens onjuiste vergunningplicht
Het college van burgemeester en wethouders van Soest legde appellant een dwangsom op om een framewerk van steigerbuizen op zijn perceel te verwijderen, omdat het zou zijn geplaatst zonder bouwvergunning. Appellant voerde aan dat het slechts een tijdelijke steiger betrof die diende voor de bouw van overkappingen en na voltooiing zou worden verwijderd.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de steiger niet kwalificeert als een bouwwerk dat bedoeld is om ter plaatse te functioneren en daarom niet vergunningplichtig is volgens artikel 40 van Pro de Woningwet.
De Afdeling vernietigde het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant. Hiermee werd het handhavingsbesluit onterecht geacht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het handhavingsbesluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd.