ECLI:NL:RVS:2005:AT5092
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- P.A. de Vink
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens vermeende stankhinder
Bij besluit van 2 februari 2005 legde het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan verzoekster, exploitant van een restaurant, een last onder dwangsom op wegens overtreding van voorschrift 1.4.3 van het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer. De dwangsom bedroeg € 5.000 per overtreding met een maximum van € 25.000. Verzoekster stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek op 14 april 2005. Uit de stukken en het verhandelde bleek dat de afgezogen dampen van het restaurant wel degelijk een ontgeuringsinstallatie passeerden voordat zij naar buiten werden afgevoerd, zoals vereist in voorschrift 1.4.3. Er was dus geen overtreding van het voorschrift. Het college had zich daarom onterecht bevoegd geacht de last onder dwangsom op te leggen.
De Voorzitter besloot het bestreden besluit bij wijze van voorlopige voorziening te schorsen. Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, inclusief het betaalde griffierecht. Deze uitspraak is niet bindend voor de bodemprocedure en heeft een voorlopig karakter.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van een last onder dwangsom wordt geschorst en de gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.