ECLI:NL:RVS:2005:AT5084
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- P. Lodder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar bouwvergunning ondergrondse kelder
Het college van burgemeester en wethouders van Schijndel verleende op 8 mei 2003 een bouwvergunning voor het verbouwen van een woning, maar weigerde een vergunning voor een ondergrondse kelder. Appellant maakte bezwaar tegen deze weigering, dat door het college ongegrond werd verklaard.
De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde de beslissing op bezwaar en verklaarde het bezwaar tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat appellant geen procesbelang meer had bij het primaire besluit, omdat op 3 september 2003 alsnog de gevraagde vrijstelling en bouwvergunning voor de kelder waren verleend. De eerdere bouwplannen en de door appellant gestelde dwang bij wijziging van de aanvraag konden niet meer aan de orde komen. Ook het gestelde schadeverhaal was niet toereikend om procesbelang aan te nemen.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het bezwaar niet-ontvankelijk is en verklaart het hoger beroep ongegrond.