ECLI:NL:RVS:2005:AT4746
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- B. Klein Nulent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bouwvergunning en vrijstelling wegens strijd met planvoorschriften
Het college van burgemeester en wethouders van Westland verleende op 26 november 2002 een bouwvergunning en vrijstelling voor het vergroten van een bedrijfsruimte, deels gelegen op gronden met de bestemming 'Groenvoorziening'. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college en later door de rechtbank werd afgewezen. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het bouwplan, voor zover het betrekking heeft op de bestemming 'Groenvoorziening', strijdig is met het bestemmingsplan. Het college had hiervoor een vrijstelling verleend op grond van artikel 19 WRO Pro, waarvoor een goede ruimtelijke onderbouwing en een verklaring van geen bezwaar van gedeputeerde staten vereist zijn. De Raad oordeelde dat de ruimtelijke onderbouwing, hoewel beknopt, voldoende was en dat de verklaring van geen bezwaar terecht was afgegeven.
Echter, de Raad stelde vast dat het bouwplan niet voldoet aan artikel 58, lid A, onder 1.b, van de planvoorschriften, omdat de afstand tot de Madeweg (klasse II-weg) slechts 11,5 meter bedraagt, terwijl een uitstralingszone van 15 meter vereist is. Het college had geen vrijstelling verleend voor dit voorschrift, noch kon dit impliciet worden aangenomen zonder schending van het rechtszekerheidsbeginsel.
Daarom vernietigde de Raad van State het besluit op bezwaar en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en gelastte het college een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd appellant het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit op bezwaar vernietigd wegens strijd met planvoorschriften en onvoldoende rechtszekerheid.