ECLI:NL:RVS:2005:AT4743
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- W.D.M. van Diepenbeek
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing voetgangersbrug als beschermd rijksmonument ondanks bezwaren
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft het stationcomplex te Geldermalsen, inclusief een voetgangersbrug, aangewezen als beschermd rijksmonument. Appellanten, NS Railinfratrust B.V. en Railinfrabeheer B.V., maakten bezwaar tegen deze aanwijzing van de voetgangersbrug, dat door de Staatssecretaris en de rechtbank Utrecht werd afgewezen.
In hoger beroep betoogden appellanten dat de aanwijzing onterecht was vanwege het ontbreken van een functie voor de voetgangersbrug en de onmogelijkheid tot aanpassing zonder fundamentele aantasting van het karakter. De Raad van State oordeelde dat de aanwijzing een discretionaire bevoegdheid betreft die slechts marginaal wordt getoetst en dat de Staatssecretaris terecht tot het oordeel kwam dat de brug voldoende oorspronkelijke kenmerken behoudt.
Verder stelde de Raad dat de belangenafweging over toekomstige functie en aanpassingen niet relevant is bij de aanwijzing, maar pas bij een latere vergunningsprocedure. Er waren geen concrete plannen voor verbouwing of sloop ten tijde van het besluit. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de aanwijzing van de voetgangersbrug als beschermd rijksmonument is bevestigd.