ECLI:NL:RVS:2005:AT4709
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- D. Dolman
- P.J.A.M. Broekman
- Rechtspraak.nl
Opheffing opschortende werking bezwaren tegen vergunningen voor uitzaaien en opvissen oesters en mosselen in Oosterschelde
Bij afzonderlijke besluiten in december 2004 heeft de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in totaal 31 vergunningen verleend voor het uitzaaien en weer opvissen van oesters en mosselen uit het Verenigd Koninkrijk en Ierland in het beschermd- en staatsnatuurmonument "Oosterschelde-buitendijks" tot en met 31 december 2005. Verzoeksters, waaronder Stichting Faunabescherming en Vogelbescherming Nederland, maakten bezwaar tegen deze besluiten.
Zij voerden aan dat het uitzaaien van deze gebiedsvreemde schelpdieren schade zou veroorzaken aan inheemse organismen in de Oosterschelde. Verweerder stelde dat de vergunningaanvragen op dezelfde gronden als het voorgaande jaar waren beoordeeld en dat voldoende zekerheid bestond dat de natuurlijke kenmerken van de Oosterschelde niet wezenlijk worden aangetast.
De Voorzitter overwoog dat op grond van deskundigenrapportages en eerdere uitspraken geen concrete aanwijzingen zijn dat de vergunde activiteiten significante nadelige gevolgen veroorzaken voor de natuurwaarden van de Oosterschelde. Daarom werd de opschortende werking van de bezwaren opgeheven, met de kanttekening dat bij de definitieve beslissing op de bezwaren alle beschikbare informatie betrokken zal worden.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De voorlopige voorziening geldt tot zes weken na verzending van de beslissingen op de bezwaren.
Uitkomst: De opschortende werking van de bezwaren tegen de vergunningen voor uitzaaien en opvissen van oesters en mosselen in de Oosterschelde wordt opgeheven.