ECLI:NL:RVS:2005:AT3757
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- F.P. Zwart
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hoger beroep tegen herziening tegemoetkoming schade extreem zware regenval 1998
Appellante ontving een tegemoetkoming voor schade door extreem zware regenval in 1998, die later door de Staatssecretaris en vervolgens de Minister werd herzien. De Minister stelde de tegemoetkoming vast op basis van een berekeningsmethode waarbij de redelijkerwijs te verwachten opbrengst werd bepaald aan de hand van het gemiddelde van de opbrengsten van de drie voorafgaande teeltjaren.
Appellante voerde aan dat deze methode onjuist was omdat bijzondere omstandigheden, zoals stoomschade in 1997/1998 en een exponentiële groei door innovatie, niet waren meegenomen. Zij stelde dat daardoor de redelijkerwijs te verwachten opbrengst te laag was vastgesteld.
De Raad van State oordeelde dat de Minister terecht aansluiting zocht bij de methodiek van de KWIN-normen, die gebaseerd zijn op voortschrijdende gemiddelden van drie jaren, en dat het normale bedrijfsrisico, waaronder stoomschade, in deze methode is verdisconteerd. Appellante slaagde er niet in bijzondere omstandigheden aannemelijk te maken die een afwijking van deze methode rechtvaardigen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.