ECLI:NL:RVS:2005:AT3730

Raad van State

Datum uitspraak
8 april 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200409890/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K. Brink
  • W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
  • Ch.W. Mouton
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van broeikasgasemissierechten en niet-ontvankelijkheid van beroep

In deze zaak gaat het om de toewijzing van broeikasgasemissierechten voor de planperiode 2005 tot en met 2007 door de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister van Economische Zaken. Bij besluit van 21 oktober 2004, kenmerk KVI/2004101123, zijn deze rechten toegewezen aan inrichtingen die vallen onder het systeem van de handel in broeikasgasemissierechten. Dit besluit is op 22 en 25 oktober 2004 aan belanghebbenden toegezonden, en de kennisgeving is op 25 oktober 2004 gepubliceerd in de Staatscourant.

Appellante heeft op 1 december 2004 beroep ingesteld tegen dit besluit, welke op 2 december 2004 bij de Raad van State is ingekomen. Verweerders hebben op 27 januari 2005 een verweerschrift ingediend, gevolgd door een nader verweerschrift op 10 februari 2005. De zaak is op 22 februari 2005 ter zitting behandeld, waarbij zowel appellante als verweerders zich hebben laten vertegenwoordigen.

De Raad van State heeft overwogen dat appellante € 273,00 aan griffierecht verschuldigd was voor het door haar ingestelde beroep. Volgens artikel 8:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht dient het griffierecht binnen vier weken na de mededeling van de verschuldigdheid te zijn voldaan, anders wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante is op 7 december 2004 per aangetekende brief gewezen op deze verplichting, maar heeft het griffierecht niet tijdig voldaan. De Raad van State concludeert dat er geen feiten of omstandigheden zijn die erop wijzen dat appellante niet in verzuim is geweest.

Daarom heeft de Raad van State het beroep niet-ontvankelijk verklaard en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in naam der Koningin en openbaar uitgesproken op 8 april 2005.

Uitspraak

200409890/1
Datum uitspraak: 8 april 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellante], gevestigd te [plaats],
en
de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister van Economische Zaken,
verweerders.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 21 oktober 2004, kenmerk KVI/2004101123, hebben verweerders broeikasgasemissierechten voor de planperiode 2005 tot en met 2007 toegewezen aan inrichtingen die vallen onder het systeem van de handel in broeikasgasemissierechten. Dit besluit is op 22 en 25 oktober 2004 aan belanghebbenden toegezonden; de kennisgeving is op 25 oktober 2004 gepubliceerd (Stcrt. 2004, nr. 205).
Tegen dit besluit heeft appellante bij brief van 1 december 2004, bij de Raad van State ingekomen op 2 december 2004, beroep ingesteld.
Bij brief van 27 januari 2005 hebben verweerders een verweerschrift ingediend. Verweerders hebben op 10 februari 2005 een nader verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 februari 2005 , waar appellante zich heeft doen vertegenwoordigen. Ook verweerders hebben zich doen vertegenwoordigen.
2.    Overwegingen
2.1.    Appellante is voor het door haar ingestelde beroep € 273,00 aan griffierecht verschuldigd. Een beroep wordt ingevolge artikel 8:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk verklaard indien storting of bijschrijving van het griffierecht niet heeft plaatsgevonden binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling waarin de indiener van een beroepschrift is gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
2.2.    Appellante is bij aangetekende brief van 7 december 2004 op de verschuldigdheid van het griffierecht gewezen. Daarbij is meegedeeld dat het verschuldigde griffierecht binnen vier weken na de dag van verzending van de brief op de rekening van de Raad van State dient te zijn bijgeschreven of ter secretarie van de Raad van State dient te zijn gestort. Tevens is vermeld dat, indien van deze gelegenheid geen gebruik wordt gemaakt, er rekening mee moet worden gehouden dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Het bedrag is niet binnen de aldus gestelde termijn op de rekening van de Raad van State bijgeschreven of ter secretarie van de Raad van State gestort. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante in verzuim is geweest.
2.3.    Het beroep is niet-ontvankelijk.
2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, Voorzitter, en
mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd en mr. Ch.W. Mouton, Leden, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, ambtenaar van Staat.
w.g. Brink    w.g. Melse
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 8 april 2005
191-376