ECLI:NL:RVS:2005:AT3729
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek gebruik in- en uitrit te Rheden
Het college van burgemeester en wethouders van Rheden heeft bij besluit van 28 januari 2003 het verzoek van appellant om handhaving met betrekking tot het gebruik van een in- en uitrit vanaf het perceel te Rheden afgewezen. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten, welke door het college en de rechtbank Arnhem ongegrond werden verklaard.
Het hoger beroep bij de Raad van State richt zich op de vraag of zonder vergunning een verandering is aangebracht in de bestaande uitweg naar de weg, zoals bedoeld in artikel 2.1.5.3 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Rheden. De rechtbank concludeerde dat niet is gebleken dat de uitweg feitelijk is veranderd en dat de stelling van appellant dat de uitweg in de breedte is vergroot tot meer dan 100 meter niet aannemelijk is gemaakt.
De Raad van State overweegt dat een verslechtering van de verkeersveiligheid of een toename in gebruik niet automatisch leidt tot strijd met de APV. Ook het feit dat voertuigen gebruik moeten maken van het perceel om bij de uitweg te komen, is voor het handhavingsverzoek niet relevant. Gezien het ontbreken van bewijs voor een vergunningplichtige verandering bevestigt de Raad van State de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.