ECLI:NL:RVS:2005:AT3710

Raad van State

Datum uitspraak
7 april 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200410411/2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H.G. Lubberdink
  • R.P.F. Boermans
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 WroArt. 8:81 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning voor twee woningen in buitengebied

Het college van burgemeester en wethouders van Uden verleende op 10 februari 2004 aan T&W Bouw B.V. een vrijstelling en bouwvergunning voor het bouwen van twee woningen op percelen in het buitengebied van Volkel. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college en later door de voorzieningenrechter werd afgewezen.

Verzoeker stelde dat het college ten onrechte gebruik had gemaakt van een verklaring van geen bezwaar van gedeputeerde staten, omdat het streekplan nieuwbouw in het buitengebied verbiedt. De percelen liggen echter binnen de stedelijke regio Uden-Veghel volgens het streekplan, waar inbreiding en intensivering zijn toegestaan.

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat er geen reden was om aan te nemen dat de vrijstelling en bouwvergunning in de bodemprocedure zouden worden vernietigd. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning voor twee woningen wordt afgewezen.

Uitspraak

200410411/2.
Datum uitspraak: 7 april 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank
's-Hertogenbosch van 14 oktober 2004 in het geding tussen:
verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van Uden.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 10 februari 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Uden (hierna: het college) aan T&W Bouw B.V. (hierna: T&W) vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en bouwvergunning verleend voor het bouwen van twee woningen op de percelen kadastraal bekend gemeente Uden, sectie P, nummers 913 en 914, plaatselijk bekend Vloetstraat te Volkel (hierna: de percelen).
Bij besluit van 21 juli 2004 heeft het college het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 14 oktober 2004, verzonden op 18 november 2004, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 21 december 2004, bij de Raad van State ingekomen op 22 december 2004, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 10 januari 2005.
Bij brief van 28 februari 2005, bij de Raad van State ingekomen op die dag, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 maart 2005, waar verzoeker in persoon, bijgestaan door mr. H.G.M. van der Westen, advocaat te Eindhoven, en het college, vertegenwoordigd door M.J.P. Jansen en mr. H.J.P. van Erp, beiden ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is T&W, vertegenwoordigd door T.A.E.N. van den Elzen en W.H. de Groot daar gehoord.
2.    Overwegingen
2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2.    Verzoeker heeft betoogd dat het college bij het verlenen van de vrijstelling geen gebruik kon maken van de door het college van gedeputeerde staten afgegeven verklaring van geen bezwaar, omdat daarmee ten onrechte is afgeweken van het buitengebiedbeleid in het streekplan. Volgens dit beleid zijn geen nieuwe burgerwoningen in het buitengebied toegestaan.
2.3.    De percelen zijn gelegen ten westen van de kern Volkel. Aan weerszijden van de percelen zijn woningen gesitueerd. Niet in geschil is dat deze - in het geldende bestemmingsplan tot het buitengebied gerekende - percelen in het streekplan "Noord Brabant in Balans 2002" deel uitmaken van de stedelijke regio Uden-Veghel. Volgens de uitwerkingsregels in het streekplan is een van de uitgangspunten voor nadere invulling van deze regio om via inbreiding, herstructurering en intensivering de ruimte binnen het bestaand stedelijk gebied optimaal te gebruiken. Ter zitting is gebleken dat een uitwerkingsplan overeenkomstig deze uitwerkingsregels inmiddels is vastgesteld. Ook gedeputeerde staten zijn in de verklaring van geen bezwaar uitgegaan van een ontwikkeling binnen de stedelijke contour.
Gelet op het vorenstaande is er geen grond voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat de vrijstelling en de bouwvergunning niet mochten worden verleend.
2.4.    Onder deze omstandigheden wordt geen aanleiding gezien voor het treffen van een voorlopige voorziening.
2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat evenmin aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, ambtenaar van Staat.
w.g. Lubberdink    w.g. Boermans
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 7 april 2005
429.