ECLI:NL:RVS:2005:AT3700
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen bezwaar staatssecretaris inzake overbrenging afvalstoffen naar Duitsland
Verzoekster heeft met toepassing van artikel 28, eerste lid, van Verordening 259/93/EEG kennisgeving gedaan van het voornemen om 5.000.000 kilogram gemengde restfractie afvalstoffen naar Duitsland over te brengen voor nuttige toepassing.
De staatssecretaris maakte bezwaar tegen deze kennisgeving omdat volgens hem niet gegarandeerd kon worden dat elke afzonderlijke partij afvalstoffen dezelfde fysische en chemische eigenschappen had, mede doordat een analyse van de samenstelling ontbrak en onduidelijk was welke percentages van verschillende afvalstoffen in elk transport aanwezig zouden zijn.
De Voorzitter oordeelde dat de kennisgeving voldoende informatie bevatte over de samenstelling van de afvalstoffen en dat het bezwaar van de staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd was, in strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Tevens werd overwogen dat de staatssecretaris de mogelijkheid heeft de toestemming in te trekken indien nadere gegevens afwijkingen aantonen.
Gezien het belang van verzoekster bij spoedige overbrenging en het ontbreken van zwaarwegende bezwaren, werd het bezwaar geschorst bij wijze van voorlopige voorziening. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaar van de staatssecretaris wordt geschorst en schriftelijke instemming verleend voor de overbrenging van afvalstoffen naar Duitsland.