ECLI:NL:RVS:2005:AT3257
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- G.A.A.M. Boot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning dakopbouw ondanks bezwaar omgevingsrechtelijke aspecten
Het college van burgemeester en wethouders van Breda verleende op 9 mei 2003 een bouwvergunning voor een dakopbouw op een woning aan de [locatie] te Breda. Verschillende omwonenden maakten bezwaar tegen deze vergunning, onder meer vanwege de impact op de woonomgeving en de welstand.
De rechtbank Breda verklaarde het beroep van de appellanten ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat één appellant niet als belanghebbende kon worden aangemerkt omdat de afstand tot de woning met dakopbouw circa 160 meter bedraagt en er geen zichtrelatie bestaat. Verder is vastgesteld dat het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan en voldoet aan redelijke eisen van welstand.
Appellanten voerden aan dat het welstandsadvies onvoldoende gemotiveerd en mogelijk vooringenomen was, en dat een beeldkwaliteitsplan had moeten worden opgesteld. De Raad van State verwierp deze bezwaren, onder meer omdat geen deskundig tegenadvies was overgelegd in de bezwaarprocedure en het welstandsadvies consistent en zorgvuldig tot stand was gekomen. Ook was er geen verplichting tot het opstellen van een beeldkwaliteitsplan of aanhouding vanwege toekomstige aanwijzing als beschermd stadsgezicht.
De Raad van State concludeert dat het college de bouwvergunning terecht heeft verleend en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de bouwvergunning voor de dakopbouw wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.