ECLI:NL:RVS:2005:AT3225
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Th.G. Drupsteen
- C. Sparreboom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bevel tijdelijke beschermingsmaatregelen bij ernstige bodemverontreiniging
Bij besluit van 17 januari 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad een bevel gegeven tot het treffen van tijdelijke beschermingsmaatregelen vanwege ernstige bodemverontreiniging op een locatie te Zaanstad. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek op 1 maart 2005. Verzoekster voerde onder meer aan dat onduidelijk was aan wie het bevel was gericht, dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd, dat de termijn voor het indienen van een zienswijze te kort was, en dat de opgelegde maatregelen niet effectief waren.
De Raad van State oordeelde dat het bevel terecht was gericht aan de juiste rechtspersoon, dat het besluit voldoende gemotiveerd was met verwijzing naar de juiste wettelijke bepalingen, en dat verzoekster voldoende gelegenheid had gehad haar zienswijze kenbaar te maken. Ook achtte de voorzitter het aannemelijk dat de opgelegde bronnering een passende en noodzakelijke maatregel was om verdere verspreiding van de olie te voorkomen.
Gelet op deze overwegingen wees de voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het bevel tot tijdelijke beschermingsmaatregelen wordt afgewezen.