ECLI:NL:RVS:2005:AT2810
Raad van State
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- H.G. Lubberdink
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing deelname gemeentelijke spaarloonregeling voor commissieleden
Appellant, benoemd als niet-raadslid lid van de raadscommissie maatschappelijke zaken van de gemeente Heythuysen, verzocht in januari 2003 om deelname aan de gemeentelijke spaarloonregeling. Het college van burgemeester en wethouders wees dit verzoek op 20 juni 2003 af. Na bezwaar en beroep verklaarde de rechtbank Roermond het beroep tegen het besluit van 10 februari 2004 niet-ontvankelijk en het beroep tegen het gewijzigde besluit van 25 februari 2004 ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij wel aanspraak had op deelname aan de spaarloonregeling, mede op grond van de Wet op de loonbelasting 1964. De Raad van State oordeelde dat de gemeentelijke verordening, gebaseerd op de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, de vergoeding en deelname aan de spaarloonregeling regelt en dat deze verordening deelname voor commissieleden niet voorziet.
Verder werd geoordeeld dat de arbeidsverhouding van appellant als commissie-lid niet kan worden aangemerkt als een fictieve dienstbetrekking zoals bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964, zodat appellant geen aanspraak heeft op deelname. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en de bevoegdheid van het college werden verworpen. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van deelname aan de spaarloonregeling bevestigd.