Uitspraak
200408257/1op één zitting is behandeld, ziet de Afdeling aanleiding de voor het verschijnen ter zitting gemaakte kosten slechts éénmaal te vergoeden.
Raad van State
Appellanten verzochten op 31 december 2003 om handhaving van geluidgrenswaarden bij café zaal "[naam cafe]" te [plaats]. Het college van burgemeester en wethouders van Lith wees dit verzoek bij besluit van 3 februari 2004 af en verklaarde het bezwaar hiertegen ongegrond bij besluit van 31 augustus 2004.
Appellanten stelden dat de geluidgrenswaarden nog steeds werden overschreden. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat uit een meting van 20 februari 2004 bleek dat de geluidgrenswaarden voor het equivalente geluidniveau en piekniveau op de gevel van woningen tijdens de nachtperiode significant werden overschreden. De installatie van een geluidbegrenzer garandeerde dus niet de naleving van de normen.
De Afdeling oordeelde dat het college ten onrechte had geoordeeld dat geen sprake was van overschrijding en vernietigde het bestreden besluit. Het college werd opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen wegens onzekerheid over het nieuwe besluit. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van het handhavingsverzoek wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.