ECLI:NL:RVS:2005:AT2777
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- P. Plambeck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek tegen melkrundveehouderij wegens onevenredigheid en uitzicht op legalisatie
Bij besluit van 7 april 2004 weigerde het college van burgemeester en wethouders van Liesveld handhavend op te treden tegen een melkrundveehouderij op een perceel te [plaats]. Appellant stelde dat de vergunning van 1980 van rechtswege was vervallen en dat de inrichting zonder geldige vergunning opereerde, mede door verbouwingen en uitbreidingen sinds 1997. Verweerder stelde dat de milieusituatie ten opzichte van de vergunde situatie eerder was verbeterd, en dat legalisatie via een lopende vergunningaanvraag mogelijk was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de vergunning niet van rechtswege was vervallen omdat de inrichting nooit onder het Besluit melkrundveehouderijen viel vanwege afstandseisen. Hoewel de inrichting deels zonder toereikende vergunning krachtens de Wet milieubeheer in werking was, was handhavend optreden niet verplicht indien uitzicht op legalisatie bestond of handhaving onevenredig was.
De Afdeling stelde vast dat het aantal melkkoeien was gewijzigd, kalveren en mestvarkens niet meer werden gehouden, en dat de dichtstbijgelegen stalruimte nu op 29 meter van de woning lag. Geluid- en stankhinder waren niet verslechterd, en er waren maatregelen getroffen om geluidsoverlast te beperken. Gezien deze omstandigheden en het belang van de vergunninghouder achtte de Afdeling handhaving onevenredig en verwierp het beroep. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om geen handhavend op te treden is ongegrond verklaard vanwege het uitzicht op legalisatie en de verbeterde milieusituatie.