ECLI:NL:RVS:2005:AT2001
Raad van State
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- H.G. Lubberdink
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering subsidie wegens niet-naleving subsidievoorwaarden onderzoek alleenstaande minderjarige asielzoekers
Appellant ontving in 1999 een subsidie van ruim € 20.000 voor onderzoek naar alleenstaande minderjarige asielzoekers (AMA's) in Nederland, met de voorwaarde dat eind 1999 een conceptboek gereed zou zijn. De Minister stelde in 2002 de subsidie vast op 40% van het verleende bedrag en vorderde het teveel betaalde bedrag terug, omdat het conceptboek niet was opgeleverd.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij wel degelijk onderzoek had verricht en dat de subsidievoorwaarden waren vervallen of niet meer van toepassing waren, onder meer vanwege betrokkenheid bij een AMA-notitie en een telefonische mededeling van een medewerker van Ernst & Young. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat de Minister een discretionaire bevoegdheid heeft om de subsidie lager vast te stellen indien niet aan de voorwaarden is voldaan. De voorwaarde dat een conceptboek gereed moest zijn, was duidelijk en is niet komen te vervallen. De Minister heeft redelijk gehandeld door rekening te houden met de verrichte onderzoekswerkzaamheden en het tijdsverloop. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; de subsidie wordt terecht lager vastgesteld en teruggevorderd.