ECLI:NL:RVS:2005:AT1976
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- T.M.A. Claessens
- I. Sluiter
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor verwijderen gebouw zonder bouwvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Veghel stelde bij besluit van 6 april 2004 dwangsommen vast voor het verwijderen van gebouwen D, E en F en de overkapping op een perceel. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college werd afgewezen. De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Raad van State oordeelde dat gebouw F zonder bouwvergunning was opgericht, in strijd met artikel 40 van Pro de Woningwet, en dat het college bevoegd was handhavend op te treden. Er bestond geen concreet uitzicht op legalisatie van gebouw F, waardoor het college terecht de last onder dwangsom beperkte tot het verwijderen van het gebouw. De bouwvergunning van 12 mei 2000 betrof een andere berging en kon niet worden gebruikt voor gebouw F.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De kapitaalvernietiging die het verwijderen van gebouw F met zich meebrengt, is voor rekening en risico van appellante die zonder vergunning heeft gebouwd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot last onder dwangsom voor het verwijderen van gebouw F zonder bouwvergunning.