ECLI:NL:RVS:2005:AT1943
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J.M. Leurs
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing last onder dwangsom wegens onvoldoende motivering
Bij besluit van 11 februari 2005 legde het college van gedeputeerde staten van Drenthe aan verzoekster een last onder dwangsom op wegens overtreding van een voorschrift verbonden aan een vergunning. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting bleek dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd, omdat het akoestisch rapport waarop het was gebaseerd niet volledig aan verzoekster was verstrekt en de motivering onvoldoende inzicht gaf in de feitelijke grondslag. Hierdoor was het besluit niet kenbaar en inzichtelijk, in strijd met artikel 3:47, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De Voorzitter besloot daarom het besluit tot zes weken na de beslissing op bezwaar te schorsen en de provincie te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht die verzoekster had gemaakt in verband met de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van een last onder dwangsom wordt geschorst wegens onvoldoende motivering en de provincie wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.