ECLI:NL:RVS:2005:AT0579
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit raad voor rechtsbijstand wegens ontereiste niet-ontvankelijkverklaring administratief beroep
Appellant verzocht om toevoeging rechtsbijstand, welke werd afgewezen door het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand Leeuwarden. Tegen dit besluit stelde appellant administratief beroep in, dat door de raad niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van een machtiging. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de raad ten onrechte het administratief beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard zonder de gemachtigde eerst schriftelijk te verzoeken de machtiging te overleggen binnen een gestelde termijn, zoals vereist op grond van artikel 2:1, tweede lid, en artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het standpunt van het bureau in het verweerschrift volstaat niet als een dergelijk verzoek.
De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de raad voor rechtsbijstand. Tevens veroordeelt zij de raad tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant. De zaak wordt terugverwezen zodat de raad het administratief beroep in behandeling kan nemen met inachtneming van de juiste procedure.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de raad voor rechtsbijstand wordt vernietigd wegens onjuiste niet-ontvankelijkverklaring.