ECLI:NL:RVS:2005:AT0576
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand bij eenvoudige erfrechtkwestie
Appellante verzocht om toevoeging van rechtsbijstand voor advies in een erfrechtelijk conflict met haar moeder over het erfdeel na het overlijden van haar vader. Het bureau rechtsbijstandvoorziening wees dit verzoek af omdat het betrof een eenvoudig juridisch probleem dat appellante zelf kon behartigen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State, stellende dat de zaak complex was en juridische bijstand noodzakelijk.
De Raad van State oordeelde dat de complexiteit van het onderliggende erfrechtelijke geschil niet bepalend is voor de toevoeging, die hier slechts betrekking had op advieswerkzaamheden. De reeds verrichte werkzaamheden van de advocaat bestonden uit uitleg van een notariële akte en een brief aan de moeder van appellante, wat volgens de Raad geen complexe juridische bijstand vereist.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de toevoeging rechtsbijstand bevestigd.