ECLI:NL:RVS:2005:AT0562
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing boerderij als gemeentelijk monument ondanks bezwaar eigenaar
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lichtenvoorde heeft een boerderij van appellant aangewezen als gemeentelijk monument. Appellant maakte bezwaar tegen deze aanwijzing, onder meer omdat hij meende dat een deskundigenadvies ten onrechte niet was meegewogen en dat er sprake was van willekeur doordat andere monumentale panden in de omgeving niet waren aangewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. De monumentencommissie had het tegenadvies van de architect van appellant tijdens de hoorzitting betrokken en weerlegd. De rechtbank oordeelde terecht dat het college op het advies van de monumentencommissie mocht afgaan.
Ook het betoog over willekeur faalt, omdat het oordeel van het college dat alleen panden die aan de criteria voldeden zijn aangewezen, niet onredelijk is. De Raad van State ziet geen reden om het besluit te vernietigen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot aanwijzing als gemeentelijk monument wordt bevestigd.