ECLI:NL:RVS:2005:AT0546
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- C.H.M. van Altena
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over klacht declaratie notariskantoor
Appellante, Stichting Collectieve Israël Actie, heeft een klacht ingediend tegen een declaratie van een notariskantoor te Zwolle. De voorzitter van de ring Zwolle van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie wees deze klacht af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Zwolle vernietigde deze beslissing op bezwaar, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
Appellante stelde hoger beroep in tegen het deel van de uitspraak dat de rechtsgevolgen in stand liet. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de voorzitter ten onrechte de declaratie niet volledig had getoetst, maar dat de opdracht van de executeur-testamentair aan het notariskantoor bindend is voor appellante als erfgename. Appellante betoogde dat de werkzaamheden door de executeur-testamentair hadden moeten worden verricht, maar dit werd niet gegrond verklaard.
De Afdeling bevestigde dat de werkzaamheden noodzakelijk waren, niet onnodig verricht en dat de declaratie niet onjuist was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.