ECLI:NL:RVS:2005:AT0539
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Ch.W. Mouton
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning visserij met vaste vistuigen en zegen op grond van inkomenstoets
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij weigerde appellant een vergunning voor de visserij met vaste vistuigen en een zegen voor de periode vanaf 1 april 2003. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze weigering. De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het beleidsbesluit vaste vistuigen, dat de vergunningverlening beperkt op grond van een inkomenstoets, niet onredelijk is. De toets vereist dat vergunninghouders aantonen dat zij in de referteperiode 1997-2001 ten minste twee jaar een bepaald minimuminkomen uit de visserij met vaste vistuigen of zegen hebben behaald. Dit beleid is gericht op het duurzaam in stand houden van visbestanden en het beperken van de visserijdruk.
Appellant voerde aan dat hij aan de inkomenstoets voldoet, maar kon dit niet aannemelijk maken vanwege onvoldoende specificatie van zijn inkomsten. Ook het argument dat gemengde visserij een bijzondere omstandigheid zou zijn om van de toets af te wijken, werd verworpen. Daarnaast werd het beroep op het Eerste Protocol bij het EVRM niet onderbouwd geacht. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning bevestigd.