ECLI:NL:RVS:2005:AT0533
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving bij afwijkingen bouw en monumentenvergunning voor rijksmonument
Bij besluit van 19 maart 2001 en 10 juli 2001 zijn een monumentenvergunning en een bouwvergunning verleend voor verbouwing van een pand tot twee winkels en twee woningen. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde appellant een last onder dwangsom op om werkzaamheden ongedaan te maken die in afwijking van de vergunningen waren uitgevoerd.
Appellant voerde bezwaar en beroep aan tegen het handhavingsbesluit, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bij de Raad van State is bevestigd dat de aangebrachte wijzigingen, zoals het vervangen van houten kozijnen door aluminium kozijnen, het aanbrengen van dakkapellen, afwijkende dakpannen en stucwerk in afwijkende kleuren, zonder geldige monumentenvergunning zijn uitgevoerd.
De Raad van State oordeelt dat het college bevoegd was handhavend op te treden omdat geen concreet uitzicht op legalisatie bestond en er geen bijzondere omstandigheden waren die handhaving onevenredig maakten. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhavingsbesluiten worden bevestigd.