ECLI:NL:RVS:2005:AT0525

Raad van State

Datum uitspraak
10 maart 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200500469/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • Th.G. Drupsteen
  • C. Sparreboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 18.14 WmArt. 18.16 WmArt. 6:2 AwbArt. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening wegens niet tijdig besluit geluidhinder handhaving spoorwegen

Verzoekster, een belangenvereniging van aanwonenden, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Goes om handhavingsmaatregelen te treffen tegen Prorail wegens het niet naleven van geluidhinderverplichtingen volgens het Besluit geluidhinder spoorwegen. Dit verzoek werd ingediend op 24 november 2004. Omdat het college niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van vier weken een besluit nam, verzocht verzoekster de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.

Tijdens de zitting op 1 maart 2005 waren alle partijen aanwezig, waaronder vertegenwoordigers van verzoekster, het college en Prorail. Prorail betoogde dat er geen sprake was van een wijziging in de geluidhinder die aanleiding gaf tot handhaving. Het college gaf aan dat een weloverwogen besluit nodig was om de geluidsoverlast effectief aan te pakken, maar erkende dat de termijn overschreden was.

De Voorzitter oordeelde dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en dat het college binnen twee weken alsnog een beslissing moet nemen en bekendmaken. Tevens werd het griffierecht van verzoekster vergoed. Hiermee werd de rechtszekerheid en het recht op een tijdige beslissing gewaarborgd.

Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Goes is opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen en het griffierecht aan verzoekster te vergoeden.

Uitspraak

200500469/1.
Datum uitspraak: 10 maart 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid "Belangenvereniging Aanwonenden Spoorlijn", gevestigd te Goes,
verzoekster,
en
het college van burgemeester en wethouders van Goes,
verweerder.
1.    Procesverloop
Verzoekster heeft bij brief van 24 november 2004 verweerder verzocht krachtens de Wet geluidhinder in samenhang met de Wet milieubeheer handhavingmaatregelen te treffen ten aanzien van het niet naleven door de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Prorail" van de verplichtingen ingevolge artikel 19 van Pro het Besluit geluidhinder spoorwegen als gevolg waarvan door verzoekster geluidhinder wordt ondervonden.
Bij brief van 12 januari 2005, bij de Raad van State ingekomen op 13 januari 2005, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht hangende haar bezwaar in deze aangelegenheid een voorlopige voorziening te treffen wegens het niet tijdig nemen van een beslissing op dit verzoek.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 1 maart 2005, waar verzoekster, vertegenwoordigd door ir. P.J. Gruijters, A. van Wijnen en A. Reimerink, gemachtigden, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. A.J. van den Berge, gemachtigde, en Ch. Wessels Bacc., ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is Prorail, vertegenwoordigd door mr. J.A.M. van der Velden, advocaat te Breda, en R.R. Lourijsen en J. laFeber, gemachtigden, daar gehoord.
2.    Overwegingen
2.1.    Ingevolge artikel 18.14, eerste lid, van de Wet milieubeheer kan een ieder aan een bestuursorgaan dat bevoegd is tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing, verzoeken een daartoe strekkende beschikking te geven.
Artikel 18.16, eerste lid, van de Wet milieubeheer bepaalt, voorzover hier van belang, dat de beschikking op een overeenkomstig artikel 18.14, eerste lid, gedaan verzoek zo spoedig mogelijk wordt gegeven, doch uiterlijk vier weken na de datum waarop het verzoek is ontvangen.
Ingevolge artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht wordt het niet tijdig nemen van een besluit voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep met een besluit gelijkgesteld.
2.2.    Het door verzoekster ingediende verzoek tot het treffen van handhavingsmiddelen is bij verweerder binnengekomen op 29 november 2004. Ter zitting is vanwege Prorail uiteengezet, dat er naar haar mening geen sprake is van een wijziging in de zin van artikel 19 en Pro volgende van het Besluit geluidhinder spoorwegen. Door verweerder is onder meer gesteld dat ook verzoekster gebaat is bij een weloverwogen besluit, op grond waarvan de gestelde geluidsoverlast daadwerkelijk kan worden aangepakt. Dat neemt echter niet weg dat verweerder niet tijdig, binnen de in artikel 18.16, eerste lid, van de Wet milieubeheer gestelde termijn van vier weken, op het verzoek heeft beslist.
2.3.    De Voorzitter ziet, gelet op het vorenstaande, aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.
2.4.    Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    treft de voorlopige voorziening dat het college van burgemeester en wethouders van Goes wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak met inachtneming daarvan een beslissing op het verzoek te nemen en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken;
II.    gelast dat de gemeente Goes aan verzoekster het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 136,00 vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, ambtenaar van Staat.
w.g. Drupsteen    w.g. Sparreboom
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2005
195-433.