ECLI:NL:RVS:2005:AT0523
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- C.H.M. van Altena
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vaststelling natuurgebiedsplan vanwege gebrek aan belanghebbendheid
Op 2 juli 2002 stelde het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant elf natuurgebiedsplannen vast, waaronder het natuurgebiedsplan "De Mark". Appellanten, exploitanten van een boomkwekerij en agrarisch bedrijf nabij het gebied, voerden beroep aan tegen de vaststelling, met name tegen de aanduiding "moeras" binnen het plan.
De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de aanduiding "moeras" betrof. Het college stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellanten geen belanghebbenden zijn in de zin van artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat zij niet rechtstreeks worden getroffen door het besluit en geen aanspraken kunnen ontlenen aan de gebiedsplannen.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellanten niet-ontvankelijk. Een inhoudelijke behandeling van de beroepsgronden was daardoor niet aan de orde. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellanten terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang.