ECLI:NL:RVS:2005:AT0504
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen gedeeltelijke vergunningverlening voor nertsen- en eendenhouderij te Putten
Bij besluit van 21 juni 2004 verleende het college van burgemeester en wethouders van Putten aan Minkcon B.V. een revisievergunning voor een nertsen- en eendenhouderij, waarbij de vergunning gedeeltelijk werd verleend en gedeeltelijk geweigerd. Stichting Bont voor Dieren stelde beroep in tegen dit besluit, met name over het ontbreken van een maximumaantal pups in de vergunning en over geluidhinder.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het beroep ontvankelijk was voor het punt over de aanvoer van pups van buiten de inrichting. De Afdeling bevestigde dat de ammoniakemissie beoordeeld dient te worden op basis van het aantal fokteven, inclusief pups, conform de Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij. De mogelijke aanvoer van pups van buiten de inrichting was niet aangevraagd of vergund.
Ten aanzien van geluidhinder stelde de Afdeling vast dat de geluidgrenswaarden in de vergunning in overeenstemming zijn met de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. De ontheffing voor het laden van mest gedurende maximaal twaalf dagen per jaar werd als redelijk en noodzakelijk beoordeeld. De Afdeling concludeerde dat het college zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat onaanvaardbare geluidhinder niet te vrezen viel.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedeeltelijke vergunningverlening voor de nertsen- en eendenhouderij wordt ongegrond verklaard.