ECLI:NL:RVS:2005:AS9284
Raad van State
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- H. Troostwijk
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging ontheffing en bestuursdwang dijkpercelen door waterschap
Het dagelijks bestuur van het Hoogheemraadschap van West-Brabant verleende appellant een ontheffing op grond van artikel 33 van Pro de Keur voor het gebruik van enkele dijkpercelen, onder voorschriften en met bestuursdwang om schapen te verwijderen. Appellant maakte bezwaar tegen het besluit, waarop het bestuur de ontheffing gedeeltelijk wijzigde en bestuursdwang in stand liet.
De rechtbank Breda vernietigde het besluit voor zover het de ontheffing en bestuursdwang betrof, en vernietigde enkele voorschriften van de gewijzigde ontheffing. De overige voorschriften achtte de rechtbank redelijk. Appellant stelde hoger beroep in tegen het oordeel over deze overige voorschriften.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het bestuur de ontheffing en voorschriften in redelijkheid kon verbinden aan de belangen van waterstaat, natuur en cultuurhistorie, ook al strookten deze niet volledig met de privaatrechtelijke pachtovereenkomst. Het betoog van appellant over détournement de pouvoir werd verworpen wegens gebrek aan aannemelijkheid.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.